Stel je voor: je koopt een mooi warmbloedveulen, met een fantastisch bloedlijn en alle verwachtingen hoog. En dan, weken of maanden later, blijkt er iets niet te kloppen. Meegevallen? Niet altijd. Vaak speelt er een erfelijke aandoening mee die je had kunnen opvoren — als je wist waar je naar moest kijken.
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Ik zie het regelmatig: mensen die met volle moed aan de slag gaan met een nieuw paard, en dan flink teleurgesteld raken wanneer er gezondheidsproblemen optreden.
Niet omdat ze onzorgvuldig zijn geweest, maar omdat de informatie er simpelweg niet was — of te technisch, te versnipperd, te onduidelijk. Daar wil ik vandaag verandering in brengen. Even helderheid over drie aandoeningen die je als (aanstaand) paarteneer simpelweg moet kennen: WFFS, PSSM en OCD.
Warmblood Fragile Foal Syndroom (WFFS)
WFFS is een erfelijke huidaandoening die vooral bij warmbloedpaarden voorkomt. En het is ernstig.
Veulens die homozygoot drager zijn — dus van beide ouders het defecte gen hebben gekregen — worden geboren met extreem broze, dunne huid.
De huid scheurt bij de minste aanraking, soms zelfs spontaan. De meeste veulens worden dan ook gelijk na de geboorte geëuthanaseerd. Er is geen behandeling.
Maar hier zit het: een drager van WFFS ziet er helemaal normaal uit. Geen enkel uiterlijk kenmerk verraadt dat het paard het defecte gen bij zich draagt. Pas wanneer twee dragers met elkaar worden gefokt, is er 25% kans op een aangedaan veulen. Dat maakt het zo lastig — en zo belangrijk om te testen.
Wat me opvalt is dat steeds meer fokkers en eigenaren via CombiBreed of andere laboratoria een DNA-test laten doen.
Dat is een goed teken. Bij Manege Bakker zien we dat ook: wie serieus wil starten met paardrijden en een paard aanschaft, stelt steeds vaker de vraag of het dier getest is. En terecht.
Een simpele bloed- of haartest zegt het je. Geen excusen meer om het niet te doen.
PSSM: Polysaccharide Storage Myopathy
PSSM is een spieraandoening, en eigenlijk een van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen bij sportpaarden. Er zijn twee vormen: PSSM1 en PSSM2.
PSSM1 is het goed onderzochte type, veroorzaakt door een mutatie in het GYS1-gen.
PSSM2 is ingewikkelder — de genetische achtergrond is nog niet volledig opgehelderd, en de test die in Duitsland wordt aangeboden, staat ter discussie. Wetenschappelijk gezegd is er nog onvoldoende bewijs om de PSSM2-test met zekerheid te gebruiken voor fokbeslissingen. Toch zie ik dat veel eigenaren en fokkers de uitslag van die test als absoluut beschouwen.
Dat vind ik trouwens een punt van zorg. Een testuitslag is slechts één stuk van de puzzel. Klinisch beeld, bewegingsonderzoed en voerregime tellen minstens even zwaar mee. Bij PSSM1 draait het om suikers die zich ophopen in de spiercellen.
Paarden met PSSM1 kunnen last hebben van stijfheid, steifheid na rust, of zelfs spierafbraak na inspanning.
Vooral paarden die veel zitten in de stal en weinig beweging krijgen, hebben er last van. De behandeling? Vooral aanpassingen in voeding en beweging.
Minder zetmeel, meer vet, en dagelijks beweging — ook al is dat maar een uur in de paddock. De Twentse klei vraagt al veel van de pezen en gewrichten van een paard. Een paard met spierproblemen op die zware ondergrond?
Dat is een combinatie die je beter kunt voorkomen. Kies daarom bewust voor dieren met een kalm temperament en sterke bouw — en laat vooraf testen.
OCD: Osteochondrosis Dissecans
OCD is een gewrichtsaandoening die ontstaat tijdens de groei. Het kraakbeen in de gewrichten ontwikkelt zich niet goerd, waardoor losse stukjes kraakbeen of bot kunnen ontstaan.
Je ziet het vooral in de knie, hak en schouder. Paarden met OCD kunnen manken, hebben zwellingen in het gewricht, of reageren gevoelig op buigingstesten.
Wat belangrijk is: OCD is niet puur erfelijk. Ja, aanleg speelt een rol — bepaalde bloedlijnen zijn vatbaarder. Maar ook voeding, groeisnelheid en beweging tijdens de jeugd bepalen mee. Een veulen dat te snel groeit door te veel krachtvoer, of dat te weinig beweging krijgt op jonge leeftijd, loopt meer risico.
Ik merk dat veel beginners zich geen zaken maken van OCD, omdat het een aandoening is die vooral bij jongere paarden optreedt.
Maar als je een paard koopt dat net aan zijn sportcarrière begint, kan OCD een verborgen blokkade zijn. Een goed kooponderzoek bij de dierenarts, inclusief röntgenfoto's van de gewrichten, is geen overbodige luxe. Het is standaard werk.
En wat betreft uitrusting: een goed zadel en een passend hoofdstel voorkomen extra belasting op rug en nek. Dat geldt voor elk paard, maar zeker voor dieren die al gewrichtsklachten hebben. Merken als Eskes Paardensport en HS Paardensport bieden hier serieuze opties voor, en bij de Twentse Rijvereniging kun je altijd terecht voor advies over passende uitrusting.
Wat kun jij doen?
De boodschap is helder: wees proactief. Laat je paard testen op WFFS voordat je fokt.
Wees kritisch bij PSSM2-testen en baseer beslissingen niet alleen op één uitslag. En investeer in een goed kooponderzoek, inclusief röntgenen en nuttige DNA-testen bij paarden, bij elk paard dat je overweegt aan te schaffen. Paardrijden begint niet op de rug van het paard.
Het begint met kennis, voorbereiding en de moed om vragen te stellen.
Wie haast heeft, mist het paard — en misschien wel de aandoeningen die het bij zich draagt.