Ik zie het vaker: iemand die al jaren wil paardrijden, maar niet durft. Niet uit gebrek aan interesse — juist uit angst.
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Hoogtevrees, angst voor het onbekende, angst voor het paard zelf. En dan denk je misschien: waarom zou je het dan proberen? Maar eerlijk gezegd? Paardrijden is juist een van de beste manieren om met die angst te werken.
Niet door het te ontwijken, maar door het stap voor stap onder ogen te zien.
Met een rustig dier dat je — als je het toelaat — helpt groeien.
Wat hoogtevrees met paardrijden te maken heeft
Hoogtevrees is meer dan “het is best hoog, hè.” Het is een fysieke reactie. Je hart slaat sneller, je handen worden nat, je spieren spannen aan.
Je lichaam zegt: gevaar. Terwijl je louter op de rug van een rustig paard zit. En dat is precies waar het interessant wordt.
Want paardrijden dwingt je om met dat gevoel om te gaan — niet door het te negeren, maar door te kijken wat er echt gebeurt.
Wat me opvalt is dat veel beginners met hoogtevrees denken dat ze het gevoel moeten overwinnen voordat ze beginnen. Maar het omgekeerde is waar. Je begint juist met dat gevoel. Je zit op het paard, je voelt je hartslag, je merkt dat je beetje trilt — en toch ga je door.
Dat is geen heldendaad. Dat is gewoon moed. En die moed bouwje op door herhaling, niet door kracht.
Begin niet met rijden — begin met vertrouwen
De eerste les hoeft helemaal geen les te zijn waar je rijdt. Een goede instructeur weet dat.
Bij Manege Bakker bijvoorbeeld beginnen we starters vaak met longeerwerk: je zit op het paard, maar iemand anders leidt het paard. Jij hoeft alleen maar te zitten, ademen, voelen. Geen beenhulpen, geen teugels — gewoon aanwezig zijn.
Dat is al genoeg. En ja, het kleinste beetje beweging voelt soms enorm.
Maar juist daar begint het. Niet met draven of springen, maar met die eerste meters op de hei of in de mensen. Diep inademen. Uitademen. Je buik leeg laten ademen, niet je borst.
Wat werkt echt tijdens het rijden?
Dat kalmeert je zenuwstelsel — echt. Geen woordkunsten, maar zuurstof en bewuste rust.
Ademhaling is nummer één. Twee: focus op wat je voelt, niet op wat je denkt.
Voel het paard onder je. De warmte, de ademhaling van het dier, de ritmische beweging. Als je je aandacht daarop richt, heb je minder ruimte voor angst. Dat is geen truc — het is neurowetenschap.
Je hersenen kunnen niet tegelijk focussen op paniek en op de sensatie van een paard dat loopt. Een derde truc die ik zelf vaak gebruik: tellen.
Eenvoudig tellen van passen. Een-twee, een-twee. Het brengt je terug naar het hier en nu. En het geeft je iets concreets om aan vast te houden als je hoofd weer begint te spin.
Het juiste paard, de juiste plek
Niet elk paard is geschikt voor iemand met hoogtevrees. Een jong, nerveus dier dat schrikt bij een vallende blad? Nee, dank u.
Wat je zoekt is een oudere, kalme merrie of ruin die al duizend lessen heeft gemaakt en niks meer raakt. Paarden met sterke pezen, een stabiel karakter — die zijn hier in Twentse klei op hun plek, letterlijk en figuurlijk. Ga niet naar een willekeurig weiland met paarden en denk: dit is genoeg.
Echte begeleiding vind je bij instructeurs met duidelijke veiligheidsprotocollen. Bij Stal de Hei of de Twentse Rijvereniging bijvoorbeeld: daar werken ze met introductielessen zonder eigen paard.
Veiliger voor beginners, en vaak effectiever. Je leert eerst het paard kennen, zodat je met meer zelfvertrouwen en zonder valangst leert paardrijden.
Een goed zadel maakt verschil
Dat klinkt misschien als een detail, maar het is het niet. Een slecht zadel — te klein, te groot, slecht geplaatst — zorgt voor rugproblemen bij het paard. En een paard met rugpijn wordt onrustig. Onrustig paard = meer angst bij de ruiter.
Dus investeer in een passend zadel en hoofdstel. Eskes Paardensport en HS Paardensport hebben goede adviesdiensten, ook voor recreatiepaarden.
Wat je instructeur moet weten (en waarom je het moet zeggen)
Wees eerlijk. Zeg het gewoon: “Ik heb hoogtevrees, en ik ben nerveus.” Een goede instructeur zal je niet pushen.
Ze zullen je tempo respecteren. Misschien rijd je de eerste vijf lessen alleen op de lange.
Misschien duurt het een maand voordat je los gaat. Dat is prima. Wie haast heeft, mist het paard — en zichzelf. Wat ik zelf merk is dat leerlingen die open zijn over hun angst, uiteindelijk sneller vooruitgaan dan die doen alsof alles goed is. Omdat ze stoppen met energie te stoppen in het verbergen van angst — en dat geven ze terug aan leren.
Langzaam, met terugval, en dan toch door
Het is geen rechte lijn. Soms heb je een geweldige les, en de week daarna zit je weer trillend op het paard. Dat hoort erbij.
Angst verdwijnt niet in één keer. Maar met de tijd — en met de juiste begeleiding — merk je dat die pieken minder hoog worden. En dat je rust dieper zakt.
Paardrijden is geen therapie in de klinische zin, maar het werkt therapeutisch. Niet vanwege het paard alleen, maar vanwege wat jezelf toelaat te voelen.
Je leert dat angst geen reden is om te stoppen. Dat je kunt ademen midden in de paniek.
Dat je kunt vertrouwen op iets buiten jezelf — een dier, een instructeur, een ritme. En als je dan, na weken of maanden, voor het eerst een klein galoppetje maakt — niet uit moed, maar uit plezier — dan weet je: je hebt iets overwonnen. Niet de hoogte. Jezelf.