Paardrijden beginners

Veulen opfokken: voeding, socialisatie en eerste training tot 3 jaar

Redactie Redactie
· · 6 min leestijd

Er komt een veulen op de stal. Je hart slaapt er van mee, je maakt honderd foto's per dag, en je vraag je af: doe ik dit wel goed?

Inhoudsopgave
  1. Voeding: bouwen zonder te forceren
  2. Socialisatie: het veulen dat paard moet leren zijn
  3. Eerste training: langzaam beginnen, lang doorgaan
  4. De grote lijn: geduld als strategie
Inhoudsopgave
  1. Voeding: bouwen zonder te forceren
  2. Socialisatie: het veulen dat paard moet leren zijn
  3. Eerste training: langzaam beginnen, lang doorgaan
  4. De grote lijn: geduld als strategie

Die twijfel is normaal. Want een veulen opfokken is geen kwestie van liefde alleen — het is ook kennis, timing en lef.

De eerste drie jaar bepalen hoe je paard later in het zadel zit. Letterlijk en figuurlijk.

Voeding: bouwen zonder te forceren

Een veulen groeit als kool. In het eerste jaar zie je bijna wekelijks veranderingen.

Maar hier schuilt een valkuil: hoe harder het groeit, hoe sterker de druk op de gewrichten.

En dat is precies waar het mis kan gaan. Veel mensen denken: meer voer = beter groeien = sterker paard. Klopt niet. Te snelle groeidoorbraken geven stress op kraakbeen en pezen, en dat zie je pas als het paard ouder wordt.

Wat je wilt is een gestage, gecontroleerde groei. Pavo heeft er uitgebreid advies over, en dat komt neer op: kwalitatief ruwvoer als basis, aangevuld met een speciaal veulenbrok of -mengvoer dat precies de juiste balans heeft van calcium, fosfor en sporenelementen.

Eerlijk gezegd zie ik te vaak dat mensen hun veulen overvoeren uit enthousiasme. Die dikke, glanzende veulens op de wei zien er prachtig uit, maar een te snelle gewichtstoename is geen prestatie. Het is een risico. Let ook op de overgang bij het spenen.

Rond vier tot zes maanden wordt een veulen losgemaakt van de merrie.

Dat is een stressmoment — zowel fysiek als mentaal. Zorg dat het veulen al gewend is aan vast voer voordat de merrie weg is. Dan heb je één zorg minder in die overgangsperiode.

Weilandmineralen en sporenelementen

In de Twentse klei groeit gras dat rijk is aan bepaalde mineralen, maar juist arm in andere. Zink, koper en selenium zijn vaak te laag in onze grond.

Een veulen dat uitsluitend van weiland en ruwvoer leeft, kan hierdoor tekorten oplopen die pas later zichtbaar worden — in de vorm van slechte hoefkwaliteit of trage groei. Een weilandmineraal of blok op de wei is geen overbodige luxe, maar basiszorg.

Socialisatie: het veulen dat paard moet leren zijn

Een veulen dat alleen op een weiland staat met zijn merrie, wordt geen sociaal paard. En een paard dat niet sociaal is, wordt lastig in de manege, bij het tondeur, op wedstrijden — overal waar andere paarden zijn. De eerste maanden is de band met de merrie cruciaal.

Laat die er gewoon in zitten. Maar zodra het veulen gespeend is, begint het echte werk.

Zet het bij andere jonge paarden. Niet bij volwassen, dominante dieren — dat kan te hard zijn.

Maar een paar even oude veulens of een rustige oudere merrie als vangnet, dat werkt wonderen. Wat me opvalt is dat mensen soms bang zijn om hun veulen naar een opfok te brengen. Ze willen het zelf doen, thuis, in vertrouwde omgeving. Dat is begrijpelijk.

Maar een goede opfok biedt iets wat je thuis moeilijk evenaart: dagelijkse omgens met andere jonge paarden, verschillende mensen, nieuwe omgevingen.

Linda Hofman schrijft er terecht over dat de timing van spenen en overplaatsing bewust moet worden gekozen. Het is geen willekeurige datum in de agenda — het is een keuze die het gedrag van je paard mee vormt. De eerste uren na de geboorte zijn belangrijker dan je denkt. Een veulen dat in die eerste tijd rustig bij zijn merrie mag, likken, ruiken, zogen — dat bouwt een basis van vertrouwen. Magali van der Heyden beschrijft hoe belangrijk die eerste band is.

De inprentingsfase: klein maar groot

En daarna: laat het veulen aan je wennen, stap voor stap. Aanraken, voetjes oppakken, een halster omdoen.

Niet alles op dag één, maar wel consistent. Een veulen dat in het eerste halfjaar leert dat mensen geen bedreiging zijn, is later in het zadel een ander dier.

Eerste training: langzaam beginnen, lang doorgaan

Rond de twee jaar begin je echt met training. Niet met rijden — dat komt pas rond de drie of vier, afhankelijk van de ontwikkeling. Maar wel met longeerwerk, leiden, gewend maken aan touwen, zadelkussen, en het idee dat er iets op zijn rug kan komen.

Heb je je ooit afgevraagd hoe de drachtigheid bij merries en de verzorging verloopt voordat zo'n jong paard bij jou in de les komt?

De eerste meters op de hei — of in de manege — vereisen ademhaling en zit, zeggen ze terecht. Voor een jong paard geldt hetzelfde: de eerste meters in training vereren aandacht en rust, niet prestatie.

Wat je niet moet doen

Een veulen dat leert te lopen in een rondgang, te reageren op lichte hulpen, te vertrouwen op de persoon aan het einde van het longeertouw — dat is meer waard dan elke truc die je later kunt leren. Manege Bakker werkt met een bewezen lesmethode voor starters, en ook voor jong paarden geldt: structuur en herhaling zijn je beste vrienden. Een veulen hoeft niet elke dag iets nieuws te leren.

Het moet vooral herhaling ervaren, zodat bewegingen en commando's in het lichaam gaan zitten.

Geen zware last op een rug die nog groeit. Geen springen op jonge gewrichten. Geen lange sessies die het veulen vermoeien — zowel lichamelijk als mentaal. Vijftien minuten goed werk is beter dan een uur waarvan de laatste twintig minuten niets meer opleveren.

En nog dit: een goed zadel en passend hoefdstel zijn ook bij jongere paarden belangrijk. Niet omdat ze al onder het zadel gaan, maar omdat je ze al gewend wilt maken aan materiaal. Een zadelkussen over de rug leggen tijdens het longeerwerk, een licht halster dat goed zit zonder wrijven — dat zijn kleine dingen die later groot tellen.

De grote lijn: geduld als strategie

Een veulen opfokken tot een volwassen, rijpaard is geen sprint. Het is een marathon waarin je, rekening houdend met de totale kosten van de opfok, elke maand weer een klein stapje zet.

Voeding die groei ondersteunt zonder te forceren. Socialisatie die het paard maakt tot een evenwichtig dier.

Training die vertrouwen bouwt in plaats van te testen. Wie haast heeft, mist het paard. Dat geldt bij volwassen dieren, maar zeker bij veulens.

Want wat je in die eerste drie jaar niet goed doet, zie je terug in de vierde, vijfde, tiende jaar. En dan is het veel moeilijker te herstellen. Dus: neem de tijd. Informeer je goed. Kies bewust voor kwaliteit in voer, begeleiding en omgeving.

En als je het niet zeker weet — vraag het aan iemand die het weet.

Bij een goede manege, een ervaren fokker, of een voerspecialist als Pavo. Want je veulen verdient geen kans genomen, maar een plan.


Redactie
Redactie
✓ Geverifieerd auteur ✓ Paardrijden beginners
Redactie
Redactie

Meer over Paardrijden beginners

Bekijk alle 180 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Allround zadel versus dressuurzadel: welk type past bij jouw rijstijl
Lees verder →